Dansen op het ijs met Kyou-Hyuk Lee
Voor Schaatsen.nl magazine (december 2011)
Dansen op het ijs met Kyou-Hyuk Lee
We kennen Kyuo-Hyuk Lee van zijn wereldtitels, niet van zijn uitgebreide interviews voor TV. Die geeft hij namelijk niet vaak, maar vergis u niet. Het heeft niets te maken met ‘Koreaanse bescheidenheid’. Zet er een tolk naast, laat hem in zijn eigen taal spreken en leer hem in razend tempo echt kennen.
Lee zit ontspannen op een poef, in de voortent van de touringcar van Sportnavigator, zijn sponsor, vlak voor aanvang van de World Cup in Heerenveen. De intelligent ogende sprinter doet geen moeite om met zijn enorme bovenbenen te koketteren, maar je kunt er niet omheen. Daarboven een akelig smal bovenlijf, een afgetraind, maar Koreaans-liefelijk gezicht. Het doet hem deugd dat hij in zijn moedertaal kan praten en hij geeft in al zijn enthousiasme ellenlange antwoorden.
Sterren dansen op het ijs
Vaak heeft hij onderonsjes met zijn tolk, die zichtbaar geniet van het feit dat hij zo’n beroemdheid mag interviewen. Want Lee is beroemd. Vanwege zijn successen, ok, maar toch vooral vanwege zijn optreden in de Koreaanse ‘Sterren dansen op het ijs.’ Daardoor steeg de populariteit van de vijfvoudig wereldkampioen tot grote hoogten. “Ik word nu echt herkend op straat”, zegt hij.
Het is de moeite waard om te googlen op ‘Kiss and cry’ en ‘Kyou-Hyuk Lee’ en de video te bekijken. Hij rekent meteen af met het eerste vooroordeel dat we wellicht over hem hadden. Ingetogen? Wellicht hebben we hem verward met landgenoten. Lee is eerder een macho, geeft een regelrechte show weg in het TV-programma, waarin hij ‘natuurlijk’ – zegt hij lollig, maar zelfverzekerd – de finale haalt en derde wordt. Het talent voor kunstrijden is hem niet vreemd overigens, heeft hij van zijn moeder.

Op zich zou Lee al beroemd moeten zijn om zijn palmares alleen. Vijf maal werd hij wereldkampioen sprint, één keer wereldkampioen op de 500 meter. En ondanks dat hij, naar eigen zeggen, ‘al heel erg oud is’, waren de laatste jaren van zijn carrière de meest succesvolle. Met uitzondering van 2009 werd hij van 2007 tot 2011 steeds ‘s werelds beste sprinter. Een ongekende prestatie van een ongekend goed getrainde atleet. Maar wie denkt dat Lee een product is van de stereotype keiharde Koreaanse school, heeft het mis.
De Koreaanse school
De 33-jarige, in Seoul woonachtige, Lee leerde het schaatsen van geen vreemde. Zijn vader en moeder waren allebei bovengemiddeld gezegend met schaatstalent. De eerste voor shorttrack, de ander voor kunstschaatsen. Beide waren lid van de nationale ploeg, kenden het klappen van de zweep. Die klappen kreeg hij zelf nooit letterlijk. Sterker nog, Lee werd in zijn opvoeding nooit verplicht om aan topsport te gaan doen.
“Veel mensen hebben nog dat beeld van Zuid-Korea, dat er heel hard wordt getraind en vooral dat trainers heel erg streng zijn en zelfs fysiek straffen. Maar dat beeld klopt al zeker 20 jaar niet meer en ook in mijn jeugd heb ik er weinig mee te maken gehad.” Zijn ouders lieten hem juist heel vrij. “Aan de keukentafel ging het niet over dat ik beter moest, maar hoe ik beter kon. Ze hebben allebei veel ervaring met hoe je moet trainen, maar weten bijvoorbeeld ook goed hoe je met druk om kunt gaan.”
Sigaretjes
Hij hoefde nooit. Die ontspannen houding kenmerkt Lee. Hij geniet van zijn successen, maar legt zichzelf geen druk op, presteert het liefst gedurende het hele seizoen. Stiekem is dat niet alleen een goede eigenschap, maar heeft hij wat dat betreft de deksel vaak genoeg op de neus gekregen. Vijf maal maar liefst deed hij mee aan Olympische Spelen, de eerste in 1994 in Lillehammer. Nooit wist hij in die weken te pieken. Zijn beste prestatie was een vijfde plek in Salt Lake City (2002) op de 500 meter.
Hij weet van zichzelf dat hij zich beter ontspannen kan voorbereiden op grote wedstrijden, al doet hij dat op onorthodoxe wijze. Sigaretjes roken. “Ja ik rook ja. Zo’n tien per dag, Marlboro light”. Hij lacht. Of het er tien per dag zijn, weten we niet, maar roken doet hij. “Dat is absoluut om te ontspannen. Ik doe het al vanaf mijn jeugd en heb nooit last van mijn luchtwegen gehad.” Hij staat ook bekend als een flinke drinker. “Maar niet tijdens het seizoen, dan ben ik heel gedisciplineerd.”
Ziekenhuis
Buiten het seizoen laat hij de touwtjes deftig vieren. Elke dag stappen, elke dag drinken. Hij ging wel eens zover, dat artsen vreesden voor zijn leven. Een week lang lag hij in het ziekenhuis met een alcoholvergiftiging. Hij vertelt het zo achteloos, dat je je oren amper kunt geloven. “Mijn familie stond aan mijn bed. Ik kreeg er hartproblemen bij. Ik had alles door elkaar gedronken, een beetje te veel.” Ze moesten zijn maag leegpompen. Alles kwam weer goed.
“Mijn schaatsseizoen duurt acht maanden. Ik weet van mijzelf dat ik in die acht maanden heel gedisciplineerd kan zijn. Maar in die vier maanden dat ik vrij ben, neem ik ook echt vrij.” Lee is dan een feestbeest. “De Nederlanders zijn misschien wel wat te serieus.”
10 kilo lichter
Terug naar het ijs. Al 20 jaar zit hij in het vak. Hij koos voor het langebaanschaatsen, want vond zich fysiek gezien te groot voor shorttrack (1.77m). Kunstschaatsen nam hij als optie niet al te serieus. De makkelijkste weg koos hij niet, want als langebaanschaatser hoef je niet te rekenen op veel faciliteiten. In tegenstelling tot shorttrackbanen, waarvan er honderden liggen, is er maar één echte 400-meterbaan in heel het land. Hij traint in aanloop naar het seizoen veel in Europa, Inzell bijvoorbeeld.
In die 20 jaar veranderde er veel. Banen werden overdekt en sneller, atleten lichter en kleiner. “Ik ben 10 kilo lichter dan toen ik begon, omdat het veel minder een krachtsport en veel meer een technieksport is geworden.” Die ontwikkeling kwam voor Lee zelf niet ongelegen. Hij ging in al die jaren steeds beter rijden. Of dat betekent dat hij Sotchi nog één keer voor Olympische goud wil gaan?
Ouderdom
“Ik weet nog niet eens of ik wel meedoe in Sotchi.” Hij herhaalt nog maar wat hij gedurende het interview meermalen aanhaalt: “Ik ben al heel oud.” Wat zijn ambitie dan wel is, na alle successen die hij al vierde? “Elke keer als ik een medaille omgehangen krijg, geeft me dat heel veel energie. Daar doe ik het voor, dat geeft mij genoeg motivatie om door te gaan.”
En dus begint hij scherp als altijd aan een nieuw seizoen, nog lang niet verzadigd. Het nieuwe seizoen begon hij wel wat rustiger dan we van hem gewend zijn, maar ook daarvoor heeft hij dezelfde verklaring. “Ouderdom. Ik kan niet meer het hele seizoen goed zijn, ik moet mijn krachten sparen.” Hij lacht, wéér. Maar wordt toch ook wel een beetje moe van het praten. Tijd voor een sigaretje, zal hij wel gedacht hebben.