Geert Plender

Schaatser, schrijver, skeelerneur, christen

Bob van Oosterhout: seconden tellen niet meer

laat een bericht achter »

Voor Schaatsen.nl magazine (december 2011)

Seconden tellen telt niet meer

Sportsponsoring draait om activatie

Svencouver, een reclamecampagne van Essent die u ongetwijfeld nog kent van de Olympische Spelen in Vancouver. Wie verzint zulke campagnes eigenlijk? Triple Double bijvoorbeeld, een toonaangevend sportmarketingbureau en het brein achter vele originele sponsoringconcepten, zoals ook het hippe damesschaatsteam Liga. Hoe maak je sportsponsoring tot een succes?

Het stadion, zo noemen ze hun kantoor. Er staat een oude fiets van Leontien van Moorsel, er liggen bokshandschoenen van Mohammed Ali, overal liggen wedstrijdballen met een historie en overal hangen wedstrijdshirts met een verhaal. De entree bestaat uit een rode loper, een stuk uit een atletiekbaan. Eurosport op de achtergrond. Open kantoorruimtes, volop actie. Het moge duidelijk zijn dat we hier niet op het kantoor van een boekhouder zijn aanbeland, maar bij een sportmarketingbureau.

Bob van Oosterhout is de naam van de oprichter van Triple Double, of om in sporttermen te blijven, de ‘aanvoerder’ van het geheel. De sportmarketeer van 2010 was het liefst zelf een bewierookt topsporter geworden, maar dat zat er niet in. En dus ging hij werken in de sportwereld. Hij begon met een kantoor aan huis in 1997 en verhuisde daarna al twee keer. Gevestigd in Deurne, onder de rook van Eindhoven, heeft hij inmiddels twee compagnons, 42 mensen aan het werk en zijn er nieuwe verhuisplannen in de maak.

Emotie en commercie

De truc van sportmarketing is relatief eenvoudig, dat lijkt althans zo als je Van Oosterhout hoort praten. Toch gaat er veel mis in sponsorland, en dat is vooral een kwestie van gemiste kansen. Sport is emotie en het is de kunst de brug te slaan met marketing en sales. “Ik tel geen seconden”, zegt hij over de traditionele insteek van sponsoring, die alleen draaide om ‘exposure’ en naamsbekendheid. De tijd die een logo op een sportoutfit in beeld is, is van secundair belang geworden. “Alles draait om activatie. Het gaat er om welk concept je om een sponsoring bouwt.”

Wat is dan zo’n concept? Een voorbeeld is gauw gevonden. Met Liga won hij na één jaar al de Sponsorring, een prestigieuze prijs voor beste sponsorship.

“Deze sponsoring is om drie redenen uniek. Ten eerste is Liga een product voor vitale vrouwen en is dit team het eerste echte damesteam ter wereld. In de campagne rondom het team hebben we de dames neergezet als vitale vrouwen, meer nog dan dat het topsporters zijn. De dames staan op verpakkingen, ze waren actief op de Libelle zomerweek, Marianne Timmer schreef een boek over een gezonde lifestyle, de dames rijden in een designpak, en ga zo maar door. De exposure van de naamgeving op het pak is nu meer een extraatje, dan dat het de voornaamste reden is voor sponsoring. Het gaat om het gevoel dat we hebben gecreëerd rond het team.”

Sportsponsoring 2.0 volgens Van Oosterhout, die ook campagnes ontwikkelt voor grote merken als Bavaria, Philips en Dela. Ze bedachten ook de Svencouver-campagne. “Ik zoek altijd naar waar de passie zit in een bepaalde sport. En dat is overal anders. Bij voetbal zit dat bij clubs, bij tennis in toernooien, bij honkbal in de stadions, bij Nascar bij de drivers. Bij het schaatsen draait alles om de Olympische Spelen. We hebben samen met Essent ingespeeld op het chauvinisme dat hing rond Sven Kramer, want die zou ongeveer 17 gouden medailles gaan halen. Deze Svenmania was voor Essent een doorslaand succes op alle fronten. Zowel qua interne betrokkenheid, als qua sales en qua publiciteit.”

Recessie raakt sponsoring

Raakt de verslechterde financiële situatie bij bedrijven de wereld van sportsponsoring? “Jazeker, maar ik blijf dat een raar fenomeen vinden. 50 mensen ontslaan, maar toch aan sportsponsoring doen, wordt door de massa niet geaccepteerd. Terwijl datzelfde bedrijf wel tv-commercials blijft uitzenden en daar praat niemand over.”

“We realiseren ons vaak niet dat sportsponsoring een geweldig mooi, emotioneel beladen marketingtool is, die op korte termijn helpt om meer producten te verkopen.” Dat is waarin sponsoring de laatste jaren een inhaalslag heeft gemaakt. “Vroeger duur het jaren voordat je het effect zag, nu kun je binnen een jaar je verkoopdoelstellingen halen en dat heeft alles te maken met het concept. Het is meer dan logo’s in beeld krijgen.”

Ondanks de omslag in denken ziet van Oosterhout bij teammanagers nog vaak een traditionele insteek. Redeneren vanuit je kosten. “Je wilt een aantal trainingskampen beleggen, je wilt salarissen betalen en alles bij elkaar opgeteld kom je op een bepaald budget uit. En dat is eigenlijk verkeerd om. Redeneer vanuit de waarde van je concept, vanuit je toegevoegde waarde voor een sponsor. Die kan overigens in theorie zowel lager als hoger zijn dan de kosten.”

Schaatsen in Verweggistan

Basketballiefhebber Van Oosterhout werd geïnspireerd in Amerika, waar hij een jaar studeerde en fan werd van de sportcultuur aldaar, die veel meer is gericht op publiek vermaak. Met die achtergrond heeft hij ook ideeën over schaatssport. “Ik zou de beleidsbepalers van de ISU graag meenemen naar een sportwedstrijd in Amerika. Ik denk dat ze rode wangen zullen krijgen. Dát is nu de sportbeleving van de toekomst. Natuurlijk zijn er cultuurverschillen, zeker ten opzichte van de schaatssport, maar we moeten oppassen dat de fan niet van de sporter vervreemdt.”

Het mag wat flitsender, wil Van Oosterhout zeggen. “De omlijsting is hopeloos verouderd. Met licht, geluid, muziek en entertainment rondom wedstrijden valt al veel winst te behalen. En ook het sportieve aspect moet onder de loep. Sneller, boeiender. Lege tribunes zijn absoluut killing en kijken naar een World Cup in Verweggistan met 171 toeschouwers ook. Het verbreden van het draagvlak voor schaatsen wereldwijd is absoluut prioriteit nummer één.” Als het schaatsen zijn commerciële waarde wil behouden tenminste.

 

 

Geschreven doorgeertplender

13 januari 2012 op 08:39

Geplaatst in Artikel

Dansen op het ijs met Kyou-Hyuk Lee

laat een bericht achter »

Voor Schaatsen.nl magazine (december 2011)

Dansen op het ijs met Kyou-Hyuk Lee

We kennen Kyuo-Hyuk Lee van zijn wereldtitels, niet van zijn uitgebreide interviews voor TV. Die geeft hij namelijk niet vaak, maar vergis u niet. Het heeft niets te maken met ‘Koreaanse bescheidenheid’. Zet er een tolk naast, laat hem in zijn eigen taal spreken en leer hem in razend tempo echt kennen.

Lee zit ontspannen op een poef, in de voortent van de touringcar van Sportnavigator, zijn sponsor, vlak voor aanvang van de World Cup in Heerenveen. De intelligent ogende sprinter doet geen moeite om met zijn enorme bovenbenen te koketteren, maar je kunt er niet omheen. Daarboven een akelig smal bovenlijf, een afgetraind, maar Koreaans-liefelijk gezicht. Het doet hem deugd dat hij in zijn moedertaal kan praten en hij geeft in al zijn enthousiasme ellenlange antwoorden.

Sterren dansen op het ijs

Vaak heeft hij onderonsjes met zijn tolk, die zichtbaar geniet van het feit dat hij zo’n beroemdheid mag interviewen. Want Lee is beroemd. Vanwege zijn successen, ok, maar toch vooral vanwege zijn optreden in de Koreaanse ‘Sterren dansen op het ijs.’ Daardoor steeg de populariteit van de vijfvoudig wereldkampioen tot grote hoogten. “Ik word nu echt herkend op straat”, zegt hij.

Het is de moeite waard om te googlen op ‘Kiss and cry’ en ‘Kyou-Hyuk Lee’ en de video te bekijken. Hij rekent meteen af met het eerste vooroordeel dat we wellicht over hem hadden. Ingetogen? Wellicht hebben we hem verward met landgenoten. Lee is eerder een macho, geeft een regelrechte show weg in het TV-programma, waarin hij ‘natuurlijk’ – zegt hij lollig, maar zelfverzekerd – de finale haalt en derde wordt. Het talent voor kunstrijden is hem niet vreemd overigens, heeft hij van zijn moeder.

 

Op zich zou Lee al beroemd moeten zijn om zijn palmares alleen. Vijf maal werd hij wereldkampioen sprint, één keer wereldkampioen op de 500 meter. En ondanks dat hij, naar eigen zeggen, ‘al heel erg oud is’, waren de laatste jaren van zijn carrière de meest succesvolle. Met uitzondering van 2009 werd hij van 2007 tot 2011 steeds ‘s werelds beste sprinter. Een ongekende prestatie van een ongekend goed getrainde atleet. Maar wie denkt dat Lee een product is van de stereotype keiharde Koreaanse school, heeft het mis.

De Koreaanse school

De 33-jarige, in Seoul woonachtige, Lee leerde het schaatsen van geen vreemde. Zijn vader en moeder waren allebei bovengemiddeld gezegend met schaatstalent. De eerste voor shorttrack, de ander voor kunstschaatsen. Beide waren lid van de nationale ploeg, kenden het klappen van de zweep. Die klappen kreeg hij zelf nooit letterlijk. Sterker nog, Lee werd in zijn opvoeding nooit verplicht om aan topsport te gaan doen.

“Veel mensen hebben nog dat beeld van Zuid-Korea, dat er heel hard wordt getraind en vooral dat trainers heel erg streng zijn en zelfs fysiek straffen. Maar dat beeld klopt al zeker 20 jaar niet meer en ook in mijn jeugd heb ik er weinig mee te maken gehad.” Zijn ouders lieten hem juist heel vrij. “Aan de keukentafel ging het niet over dat ik beter moest, maar hoe ik beter kon. Ze hebben allebei veel ervaring met hoe je moet trainen, maar weten bijvoorbeeld ook goed hoe je met druk om kunt gaan.”

Sigaretjes

Hij hoefde nooit. Die ontspannen houding kenmerkt Lee. Hij geniet van zijn successen, maar legt zichzelf geen druk op, presteert het liefst gedurende het hele seizoen. Stiekem is dat niet alleen een goede eigenschap, maar heeft hij wat dat betreft de deksel vaak genoeg op de neus gekregen. Vijf maal maar liefst deed hij mee aan Olympische Spelen, de eerste in 1994 in Lillehammer. Nooit wist hij in die weken te pieken. Zijn beste prestatie was een vijfde plek in Salt Lake City (2002) op de 500 meter.

Hij weet van zichzelf dat hij zich beter ontspannen kan voorbereiden op grote wedstrijden, al doet hij dat op onorthodoxe wijze. Sigaretjes roken. “Ja ik rook ja. Zo’n tien per dag, Marlboro light”. Hij lacht. Of het er tien per dag zijn, weten we niet, maar roken doet hij. “Dat is absoluut om te ontspannen. Ik doe het al vanaf mijn jeugd en heb nooit last van mijn luchtwegen gehad.” Hij staat ook bekend als een flinke drinker. “Maar niet tijdens het seizoen, dan ben ik heel gedisciplineerd.”

Ziekenhuis

Buiten het seizoen laat hij de touwtjes deftig vieren. Elke dag stappen, elke dag drinken. Hij ging wel eens zover, dat artsen vreesden voor zijn leven. Een week lang lag hij in het ziekenhuis met een alcoholvergiftiging. Hij vertelt het zo achteloos, dat je je oren amper kunt geloven. “Mijn familie stond aan mijn bed. Ik kreeg er hartproblemen bij. Ik had alles door elkaar gedronken, een beetje te veel.” Ze moesten zijn maag leegpompen. Alles kwam weer goed.

“Mijn schaatsseizoen duurt acht maanden. Ik weet van mijzelf dat ik in die acht maanden heel gedisciplineerd kan zijn. Maar in die vier maanden dat ik vrij ben, neem ik ook echt vrij.” Lee is dan een feestbeest. “De Nederlanders zijn misschien wel wat te serieus.”

10 kilo lichter

Terug naar het ijs. Al 20 jaar zit hij in het vak. Hij koos voor het langebaanschaatsen, want vond zich fysiek gezien te groot voor shorttrack (1.77m). Kunstschaatsen nam hij als optie niet al te serieus. De makkelijkste weg koos hij niet, want als langebaanschaatser hoef je niet te rekenen op veel faciliteiten. In tegenstelling tot shorttrackbanen, waarvan er honderden liggen, is er maar één echte 400-meterbaan in heel het land. Hij traint in aanloop naar het seizoen veel in Europa, Inzell bijvoorbeeld.

In die 20 jaar veranderde er veel. Banen werden overdekt en sneller, atleten lichter en kleiner. “Ik ben 10 kilo lichter dan toen ik begon, omdat het veel minder een krachtsport en veel meer een technieksport is geworden.” Die ontwikkeling kwam voor Lee zelf niet ongelegen. Hij ging in al die jaren steeds beter rijden. Of dat betekent dat hij Sotchi nog één keer voor Olympische goud wil gaan?

Ouderdom

“Ik weet nog niet eens of ik wel meedoe in Sotchi.” Hij herhaalt nog maar wat hij gedurende het interview meermalen aanhaalt: “Ik ben al heel oud.” Wat zijn ambitie dan wel is, na alle successen die hij al vierde? “Elke keer als ik een medaille omgehangen krijg, geeft me dat heel veel energie. Daar doe ik het voor, dat geeft mij genoeg motivatie om door te gaan.”

En dus begint hij scherp als altijd aan een nieuw seizoen, nog lang niet verzadigd. Het nieuwe seizoen begon hij wel wat rustiger dan we van hem gewend zijn, maar ook daarvoor heeft hij dezelfde verklaring. “Ouderdom. Ik kan niet meer het hele seizoen goed zijn, ik moet mijn krachten sparen.” Hij lacht, wéér. Maar wordt toch ook wel een beetje moe van het praten. Tijd voor een sigaretje, zal hij wel gedacht hebben.

Geschreven doorgeertplender

13 januari 2012 op 08:31

Geplaatst in Artikel

Slechte journalistiek

laat een bericht achter »

Gepubliceerd op schaatsen.nl

Slechte journalistiek

De mooiste tijd voor een sporter is zo vlak voor het seizoen. Je mag nog dromen, illusies koesteren en hoge ambities uitspreken, vlak voordat je keihard met de neus op de feiten wordt gedrukt.

Heerlijk oppervlakkige journalistiek mogen we het wel noemen, al die artikelen die voor zo’n seizoen opduiken met mensen die zeggen ‘er klaar voor te zijn’, ‘voor goud gaan’, of ‘een stap willen maken’. Natuurlijk wil iedereen dat. Je traint je niet het ongans voor Jan met de korte achternaam. Jammer dat nooit de afrekening komt, nooit dat vervolgverhaal op die torenhoge, uitgesproken ambities. Nooit het verhaal over gekrenkte persoonlijkheden, stervende ambities. Nooit eens over twijfel.

Want wat gebeurt er nu, ondanks al die prachtige voorverhalen, werkelijk om het tij te keren? Als het puntje bij het paaltje komt, en de rook trekt op na de eerste marathons van het seizoen, dan rijden dezelfde mannen en vrouwen weer vooraan, maken de verliezers weer dezelfde fouten of komen ze gewoon weer op eenzelfde manier als voorheen te kort op de momenten dat het om de knikkers gaat. En dat terwijl ‘ze er klaar voor dachten te zijn’. Helaas lezen we daar nooit iets over op de ons bekende schaatsmedia.

Ik vind dat een gemiste kans voor de journalisten. Ik zou zo graag lezen over atleten die dachten er klaar voor te zijn, maar zichzelf gigantisch moesten teleurstellen. Verhalen over atleten die op hun 18e de wereld aankonden, droomden van roem en geld, maar uiteindelijk op publieksuren trainen en tóch doorgaan. De essentie van sport is niet winnen, maar verliezen. Winnen is saai, voorspelbaar en oppervlakkig. Verliezen is boeiend. Dat verhaal is langer, pijnlijker, herkenbaarder, leerzamer, gaat dieper.

Wellicht dat wij rijders dan ook eens geprikkeld worden zinvolle interviews te geven. Een simpel ‘gaan voor goud’ dekt niet de lading en is doorgaans een antwoord op een veel te simpele vraagstelling. Tijdens al die lange fietsritten en heftige trainingen, ging het al filosoferend toch wel wat dieper mogen we aannemen. Op het moment dat je kotsen over de stuur hangt uit te hijgen en je de volgende dag gewoon weer opstapt, moet er ergens diep in je persoonlijkheid een steek los zitten. Ik wil weten welke steek.

Ik wil weten waarom sommige jongens met de borst fier vooruit lopen, en andere niet. Ik wil weten waarom sommige mensen grapjes maken vlak voor een koers, terwijl anderen nog snel de wc opzoeken. Ik zou dolgraag lezen over de drijfveer van die dames en heren die je eigenlijk alleen maar achterin een peloton ziet. Niet het winnen van wedstrijden, maar het winnen aan waardigheid lijkt de grootste drijfveer voor de meesten. Of gewoon niets anders kunnen, zoals Martijn Kromkamp dat zo mooi kan zeggen.

En daar wil ik nu meer van weten. Dat iemand voor goud gaat geloof ik wel.

Geschreven doorgeertplender

9 november 2011 op 11:53

Geplaatst in Column

Schaatsende moeders in het marathonpeloton

laat een bericht achter »

Gepubliceerd in Schaatsen Magazine


Reitsma en Cramer: “We willen winnen komend seizoen, schrijf dat maar op”

 

Ze kunnen absoluut nog niet zonder, zoveel is zeker. Mireille Reitsma en Wieteke Cramer zijn schaatsende moeders in het marathonpeloton en onverminderd ambitieus. “We zijn er allebei nog lang niet klaar mee.”

 

Reitsma (33), Cramer (30), Erna Kijk in de Vegte (24) en Rixt Meijer (29) vormen samen het MK Basics team, afgelopen jaren de absolute smaakmaker in het vrouwenpeloton. Meijer is nieuw in het team terwijl Sandra ‘t Hart verhuisde naar een satellietteam, nadat ze lang twijfelde om door te gaan. Een team vol bewustzijn, enthousiasme en aanvalsdrift.

 

Zaterdagochtend, iets over negen, ontmoeten Cramer en Reitsma elkaar in de kinderkledingwinkel Cloffy in Emmeloord. Er zijn leuke nieuwe jasjes binnengekomen. Ze hebben niet alleen het moederschap en de liefde voor het schaatsen gemeen, ze werken ook allebei in dezelfde winkel, eigendom van Reitsma. Die laatste heeft ‘s ochtends al getraind. “Ik train inderdaad op vreemde tijden. Soms ‘s avonds laat, soms ‘s ochtends vroeg.”

 

“Voor mij stond vast: kind eruit en beginnen weer.”

 

Dat heeft alles te maken met de drang om van alles te genieten en alles te combineren. Ze zijn moeder, ondernemen, en doen aan topsport; moeten plannen, passen en meten. Cramer is moeder van Jip, anderhalf jaar oud inmiddels. Reitsma is moeder van dochter Zhyra, tweeënhalf jaar oud. Reitsma: “We zijn allebei min of meer onverwacht zwanger geraakt, ik denk dat dat de reden is van onze comeback. We hadden het schaatsen nog lang niet afgesloten. Ik won nog wedstrijden! Voor mij stond vast: kind eruit en beginnen weer.”

 

Cramer moest langer nadenken, maar volgde uiteindelijk hetzelfde pad. “Ik kwam wel uit een andere situatie. Mijn langebaancarrière zat in een neerwaartse spiraal. Ik zou net beginnen met marathons toen ik zwanger werd. Na mijn zwangerschap was dat tegelijk de motivatie om toch weer te beginnen. Het was een nieuwe start en een nieuwe uitdaging.”

 

De weg terug naar de top was voor beide dames geen weg over rozen. De vastberadenheid waarmee ze aan de klus begonnen, werd snel op de proef gesteld. Cramer: “Het viel echt ontzettend tegen! De eerste keer hardlopen, man, ik was na vijf minuten al helemaal kapot. Ik weet nog dat ik tijdens de eerste skeelertrainingen met het team enorm werd geconfronteerd met mijn onkunde. Het was altijd mijn favoriete zomertraining en nu kon ik helemaal niet meer meekomen. Ik heb er echt van moeten huilen.”

 

“Ik kon helemaal niet meer meekomen, ik heb er van moeten huilen.”

 

Ze trok zich op aan Reitsma, die een jaar eerder dezelfde pijnlijke weg moest bewandelen. “In je hoofd ben je sterker dan in je lijf. Het beeld klopt niet meer, trainingen voelen anders aan. Ik was zo onzeker dat ik in de zomer nog geen skeelerwedstrijd durfde te rijden, ik heb heel veel twijfels gehad. Je moet van zover komen! Gelukkig bevestigde mijn man Jack me. Ik heb die zomer ontzettend hard getraind. Het was dan ook een bevrijding om tijdens de allereerste schaatsmarathon meteen op het podium te eindigen. Ik was zó blij!”

 

Het dagelijkse ritme is ondertussen een kwestie van balanceren. Niet alleen qua tijdsbesteding, ook qua prioriteiten. Reitsma: “Toen Zhyra een baby was sliep ze veel en kon ik gemakkelijk weg. Nu merk ik dat ze zich ervan bewust wordt dat ik vaak weg ben en dat vindt ze niet leuk. Dat was eerlijk gezegd wel confronterend. Voor topsport moet je egoïstisch zijn; ik zit nu in een fase dat ik ook echt merk dat ik wel een beetje egoïstisch ben. Ik moet daardoor toch wat compromissen sluiten. Zo efficiënt mogelijk trainen bijvoorbeeld.”

 

Juist al die ervaringen zorgen ervoor dat team MK Basics het meest stabiele team in het peloton is. Reitsma beaamt: “Schaatsen is een deel van ons leven, we beleven er ontzettend veel plezier aan. Ik denk inderdaad dat we zelfbewuster zijn dan andere meiden. We hoeven niet meer, maar willen wel. Daarom zijn we zo gedreven in de wedstrijden, vallen we aan… En zijn we misschien niet altijd even slim, haha.”

 

Een volgend kindje? “Het komt als het komt, maar nu kan het nog, fysiek gezien. Ik ga niet nog een keer deze weg en terugkomen van zover. Dus eerst nog hiervan genieten. We willen winnen komende winter, schrijf dat maar op.” Het damespeloton is nog lang niet van ze af.

Geschreven doorgeertplender

9 november 2011 op 11:49

Geplaatst in Artikel

Nieuw team!

laat een bericht achter »

Persbericht: Van Werven en Breman redden schaatsteam

Het schaatsteam van Ingmar Berga, Geert Plender, Gary Hekman, Arjen Becker, René Ruitenberg en Simon Schouten kan tóch door. Op het allerlaatste moment schoten Van Werven en Breman als sponsoren te hulp.

Lange tijd was de status van het team onduidelijk. Panthera Leo BV, een sportmarketing bureau, wilde het voormalige team Ruitenberg professionaliseren en contracteerde vorige winter daartoe een aantal toprijders. Een hoofdsponsor voor het team meldde zich nooit, waarop Panthera Leo BV haar verplichtingen naar de rijders niet meer na kon komen en afzag van voortzetting van de contracten.

Van Werven en Breman, die samen ook afgelopen twee jaren team Ruitenberg steunden, sprongen daarop bij. “Ons geloof in sportsponsoring en maatschappelijke projecten is onveranderd gebleven. Het heeft ons de afgelopen jaren meer naamsbekendheid opgeleverd en een een duurzaam karakter; met dit team kan dat alleen maar meer worden”, legt Ton van der Giessen, Algemeen directeur van het 65-jarige familiebedrijf uit Oldebroek, uit. “Bovendien zien wij overeenkomsten tussen topsport en de werkvloer. Wij zien graag een winnaarsmentaliteit, zowel bij de schaatsers als bij onze werknemers.”

Van Werven, een leverancier van diensten en producten in de afvalsector, energie en grondstoffen en infra, is de naamgever van het team, Breman Installatietechniek uit Genemuiden is co-sponsor. Breman ondersteunde ook al het inline-skate team waar onder andere Berga en Hekman voor uitkomen. Het teammanagement is in handen van de stichting We Recycle and Sport 4 Kids, waarin Wilfred van Werven en rijder Geert Plender zitting hebben. Deze stichting ondersteunt sport en maatschappelijke projecten, gericht op duurzaamheid, overeenkomstig de bedrijfsactiviteiten van Van Werven.

Plender, vorig jaar derde in de eindrangschikking van de marathoncompetitie, is opgelucht en dankbaar. “De hele zomer heeft er een sluimerende onzekerheid rond het team gehangen en enkele weken geleden bleek dat we met lege handen stonden. Ik kan alleen maar dankbaar zijn dat Van Werven onmiddellijk bereid was ons te helpen en dat ook Breman zich heel behulpzaam opstelde. Het heeft niet veel gescheeld, of het was onvermijdelijk geweest dat dit team uit elkaar was gevallen.”

Voormalig Nederlands kampioen op de marathon en Europees kampioen op inline-skates Ingmar Berga toont zich verheugd met de ontwikkeling. “Eindelijk is er weer duidelijkheid. De onzekerheid is voor een sporter erg slecht. Ik ben er lang onrustig over geweest, maar ik ben heel erg opgelucht dat we als complete ploeg door kunnen. We hebben een heel sterke ploeg waar ik veel vertrouwen in heb.”

Team Van Werven wordt ook ondersteund door Craft (kleding), Stouwdam Sport (materiaal), Fresh-Media (internet), 3Action (sportvoeding), Countus (accountancy) en Notariaat Kremer. Het team staat onder sportieve leiding van Yep Kramer.

Geschreven doorgeertplender

17 september 2011 op 15:48

Geplaatst in Sport

Leven als een bloem

met één reactie

Geloofshelden.nl

Het is maandag 9 mei als ik thuiskom aan het einde van de middag, en eerst mijn pas geboren zoontje in de ogen kijk. Wat een machtig mooie kerel, kwetsbaar, zuiver en onschuldig.

Vervolgens hoor ik van het overlijden van wielrenner Wouter Weylandt. Op slag dood na een valpartij in de Giro d’Italia.
Het schokte de wielerwereld en het schokte ook mij. We zijn geen robots, geen machines. We kunnen zomaar het loodje leggen op een moment dat we op ons sterkst denken te zijn. In topvorm, met een getraind lichaam. Middenin het sportieve slagveld.

Het is niet voor het eerst deze dagen dat ik zo geconfronteerd wordt met leven en dood. Boas, mijn zoontje, werd geboren op 1 april. Hij was precies 10 dagen oud, toen hij voor het eerst een begrafenis meemaakte. We liepen als kersvers gezinnetje naar voren in de kerk, en zagen daar het levenloze lichaam van een oude vrouw in een kist. Het was de oma van mijn vrouw Sigrid. Oma was klaar om te sterven, eigenlijk al heel lang. Het lichaam opgeleefd, haar hart gericht op God.

Toen ik met Boas in mijn armen in de kist keek, kon ik mijn emoties amper de baas, ondanks dat ik de vrouw amper kende. Het was een heel bijzonder moment, alle mensen in de kerk leken hun adem in te houden. Het leek voor iedereen een ultieme confrontatie met de vluchtigheid van het leven. Zij is er niet meer, ze is naar de eeuwigheid. Het oude leven is voorbij en er is nieuw leven voor in de plaats. En dat nieuwe leven lag in mijn armen. Het moment had iets bruuts.

Een nog veel brutere confrontatie met de vluchtigheid van het leven was de gruwelijke dood van Wouter Weylandt. Een gozer in de kracht van zijn leven, net zo oud als ik. Hij zou bijna vader worden. Eén valpartij op een fiets was er maar voor nodig en boem… dat was het leven. Ik ging ’s avonds een uur hardlopen en ik heb een uur lang aan Wouter moeten denken. Dat was het dan wat hem betreft op deze aardbol. De eeuwigheid is gekomen. Ik heb gebeden en gehoopt dat hij bij de Heer mag zijn.

Een uur lang dacht ik aan Wouter, aan zijn vrouw en familie. Aan de dromen die hij nog had. Zijn vurige wens om koersen te winnen waarschijnlijk. Ik dacht aan mezelf, aan mijn eigen dromen. Ik dacht eraan, hoe weinig ik eigenlijk maar stilsta bij de dood. Ik realiseerde me hoe irrelevant het is om ambities na te jagen in het leven dat ieder moment voorbij kan zijn. Ik realiseerde me, dat de eeuwigheid wel erg definitief is en het leven slechts kort.

Sommigen schelden op de organisatie van de Giro; de parcoursen zouden te gevaarlijk zijn. Misschien hebben ze wel gelijk, maar het heeft geen zin. De vinger ging bij mij op de zere plek. Op mijn kwetsbaarheid en machteloosheid. Uiteindelijk, zo bedacht ik me, is het hele idee van het leven dat er dood komt, als poort naar de eeuwigheid. Vroeg of laat. Ik weet het, als christen helemaal. Toch had ik de confrontatie met de dood weer nodig om mijn prioriteiten te resetten. Hoe erg dat ook klinkt.

Ik dacht aan Psalm 103. De confrontatie: “Het leven van de mens is maar kort; net als een bloem bloeit hij even, maar als de wind erover blaast, is er niets meer over.” En de hoop! “Maar de goedheid en trouw van God zijn voor eeuwig.”

Geschreven doorgeertplender

22 juni 2011 op 18:28

Geplaatst in Column

Gêne in het stadspark

laat een bericht achter »

Schaatsen.nl

Maandagochtend. Steevast om 7.00 wordt de buurman van nummer 7 opgepikt door een gele werkbus. De werkweek is begonnen.

Terwijl hij de zwaarste werkuurtjes van de week afwerkt, ergens op een steiger vermoed ik, trek ik mijn loopschoenen en strakke loopbroekje aan voor de zwaarste training van de week. En dat is niet die vier uur fietsen, een intensieve interval of weerstandtraining. Het is zelfs erger dan een nat mid-winters rondje Kampen-Heerenveen van vijf en een half uur.

Als ik de deur uitga voor een sprongtraining in het stadspark, dán sta ik voor de grootste uitdaging in de week. De vijf dagen spierpijn die in het vooruitzicht liggen, de liters zweet die uit mijn lijf gutsen, noch het dronken gevoel in de benen na afloop zijn de boosdoener. Het is de confrontatie tussen twee werelden. Een vrouw en spelend kind, een poepende hond. En ik. Een kikkerspringende schaatser. Een malle vertoning in de vroege zomerzon. Een schaatser zonder schaatsen, met slechts hardloopschoenen en zotte bewegingen als instrumenten.

De gekke kikkerspringende schaatser kronkelt door het park. Het is de beste plek nabij de binnenstad van Kampen. Ik zoek altijd het paadje achter de kinderboerderij. Daar staan veel bomen en komen weinig mensen. De kans om gezien te worden is daar het meest gering. Voor iedere oefening kijk ik twee keer om me heen. Achter me, voor me, nog een keer achter me en nog een keer voor me. Als ik me ervan verzekerd heb de enige te zijn binnen een straal van enkele honderden meters, durf ik mijn oefening in te zetten.

Ik ben niet de enige idioot in het stadspark. Zo loopt er iedere dag een oude, onverzorgde man, die een grote, gammele kar achter zich aan trekt. Er ligt een hele boel rotzooi op, waarschijnlijk zijn hele inboedel. De grote sofa die hij meezeult springt het meest in het oog. Wat moet hij met een sofa, op een kar? Het beeld van deze zwerver baart echter weinig opzien ten opzichte van de schijnbaar verwarde, totaal in onbalans geraakte, zich op onverklaarbare wijze voortbewegende ondergetekende.

Alsof een giraffe een dodelijk nekschot heeft gekregen en nog vijf stappen met zijn lange poten maakt alvorens hij voor dood op de grond valt, zo onhandig als de glibberende gans op vers natuurijs. En hoe mooi en imposant ver ik ook denk te springen, mijn pogingen zijn als een puppy dat denkt op de bank te kunnen springen, maar duidelijk te kampen heeft met jeugdige overmoed.

Nog één serie. Schaatssprongen, uithijgen, zijwaartse schaatssprong, check. Het gaat lekker, ik raak in een flow. Ik vergeet voor en achter me te kijken, een man en een hond; terwijl ik tijdens mijn kabouterloop naar dubbeltjes lijk te zoeken.

Geschreven doorgeertplender

22 juni 2011 op 18:26

Geplaatst in Column

De huwelijkscoach rijdt met je mee

laat een bericht achter »

Voor: Opwekking Magazine, mei 2011

De huwelijkscoach rijdt met je mee
werken aan je huwelijk door de cd-speler

Is er niet genoeg geschreven over het huwelijk? Inderdaad, genoeg geschreven, maar er wordt te weinig gedaan. Daarom introduceert Ingrid Barneveld een luister-doe-cd ‘Werk aan je huwelijk’. “Met opdrachten”, voegt ze eraan toe. Huwelijkstherapie zonder drempel.

De 40-jarige Zwolse Ingrid Barneveld heeft haar eigen bedrijf in coaching. Ze is net gestart, maar lijkt meteen de juiste snaar te raken. Huwelijksproblematiek is nog steeds een taboe, een Marriage Course een brug te ver. Een luister-doe-cd voor in de auto, dát gaat er bij velen wel in. “En dat is ook precies de doelgroep. Stellen die moeite hebben, maar zichzelf nog niet bij de therapeut zien aanschuiven. Eigenlijk voor bijna iedereen dus. De cd is preventief en verrijkt huwelijken met praktische tips.”

En zo heet haar bedrijf ook, ‘Verrijk je relaties’. “Ik heb al heel lang een hart voor huwelijken. Ik denk dat God dat in mij gelegd heeft. Het raakt me als mensen scheiden, als ik gebroken gezinnen zie. Kinderen die niet opgroeien in de veiligheid van een familie.” En dus coacht ze echtparen. “Dat heeft echt mijn passie. Het geeft ontzettend veel voldoening om huwelijken tijdens de coaching te zien verbeteren. Dat ze elkaar weer een knuffel geven.”

“In de file, anoniem en zonder verplichtingen. De cd is drempelverlagend.”

Als 34% van de huwelijken in 2009 strandt en onderhuids de problemen nog veel groter zijn, kun je je afvragen of de mens wel is gemaakt voor het huwelijk. “Ik hoor natuurlijk van heel veel problemen en soms vraag ik me wel eens af of er nog goede huwelijken zijn. Gelukkig zie ik veel fijne huwelijken om me heen, in mijn vriendenkring.”

Extra mijl
“Het gaat erom de ander uitnemender te achten dan jezelf. Dat is een instelling van God die enorm helpt in het huwelijk. Het bekende drievoudige snoer. Als je goed naar een vlecht kijkt, zie je maar twee strengen. De derde zit middenin en houdt de boel bij elkaar. Daar zit de kracht.” Wat die kracht dan concreet inhoudt? “Met de kracht van Jezus kun je de extra mijl afleggen. In eigen kracht raak je eerder uitgeput.”

Met de extra mijl doelt ze op het feit dat je met Gods kracht verder kunt komen op de moeilijke momenten. “Maar het hoeft niet perse moeilijk te zijn om getrouwd te zijn. Het gaat om tijd met elkaar doorbrengen, betrokkenheid, liefde.”

“De visie van God op vergeving, genezing, omgaan met schuld, is radicaal anders”

“Het mooie van een Christelijk huwelijk is dat je het belangrijkste gezamenlijk hebt. Je trekt niet alleen samen op in veel dingen, zoals naar de kerk gaan; bepaalde thema’s in je leven staan ook in een ander daglicht. De visie van God op vergeving, genezing, omgaan met schuld, is radicaal anders dan de visie van de wereld en helpt ons om goed met elkaar om te gaan.”

Opfriscursus
Het thema van de cd sluit aan op Gods visie op het huwelijk. “Liefde is bemoedigend. We hebben een negatieve actietaal. Niet dit doen, niet dat doen. Kijk hoe Jezus met Zacheüs omging. Niet meteen kritiek, Hij ging er letterlijk mee aan tafel. Positief communiceren, datgene doen en zeggen waardoor de ander zich goed voelt. Een compliment of vriendelijke glimlach, we weten allemaal dat het werkt, maar we moeten er even aan herinnerd worden.”

Maar voor zo’n opfriscursus gaan we niet naar een therapeut, daarvoor spelen schaamte en angst een te grote rol. “Daarom lijkt de cd een succes. Want in de file hebben we mooi tijd, zonder verplichtingen of consequenties en anoniem. Het is een soort bewustwording. Heel veel dingen weten mensen misschien wel, maar ze realiseren het zich niet altijd.”

Zijn er huwelijken zonder uitzicht? “Nee nooit. Er is altijd hoop, zelfs als het uitzichtloos lijkt. De hoop die er is ligt niet in onszelf, maar in God. Dáárom is er altijd hoop. Het is mijn hartenwens dat mensen zich daar aan vast klampen en huwelijken rijker zullen worden.”

Meer informatie: www.verrijkjerelaties.nl

Geschreven doorgeertplender

20 mei 2011 op 15:32

Geplaatst in Artikel

Europacup in de wurggreep

laat een bericht achter »

Voor: Schaatsen.nl

Een goed idee is het. Ze hebben het dan ook niet zelf verzonnen. Jarenlang vierden de heren van de Europese skatebond (CEC) enkel vakantie tijdens een Europees Kampioenschap, maar afgelopen zomer kwamen ze zowaar met een initiatief: de Europa Cup.

Mocht u al eens een Europees Kampioenschap skaten gezien hebben, dan komen deze heren u vast bekend voor. Ze dragen een zwart pak, kijken heel streng van zich af, bevinden zich in de VIP-tent en hebben werkelijk de ballen verstand van de skatesport. Niet geheel toevallig zijn het wel net deze heren die beleidsbepalend bezig zijn. Het eeuwenoude liedje, de onkundige sportbestuurder. Maar wel het karikatuur. Hadden deze heren Ajax bestuurd, dan was de Telegraaf met twee edities per dag gekomen.

Het charme-offensief van de CEC kwam wel op het goede moment, al dan niet ingefluisterd door rijders, coaches, en feitelijk iedereen die begaan is met de skatesport. Jarenlang lag het internationale bestaansrecht van de sport in handen van Coni Altherr. Deze Zwitser zette in zijn eentje een fantastische World Inline Cup op poten. Megamarathons dwars door de grote steden  Berlijn, Zürich, Parijs, Seoul en New York. En overal massa’s skaters op de been. Toen hij zijn concept verkocht, was ook de geest uit de fles. De World Inline Cup is op sterven na dood.

Podium

De Europa Cup dus, als de opvolger van de World Cup. Om atleten over de hele wereld een podium te bieden zich met elkaar te meten. Omdat de heren bij de CEC niet meer in hun mars hebben dan hun afgedwongen status, besloten ze het niet moeilijker te maken dan het is. Ze haakten aan bij bestaande en succesvolle evenementen als Gross Gerau, Heerde en Bologna. Die doen niets anders dan voorgaande jaren, behalve dat ze een knaak per ingeschreven deelnemer mogen afdragen aan de bobo’s. Kunnen ze op hun volgende tripje nog een hotelsterretje extra boeken.

Zonder gekheid, al die knaken opgeteld zouden de prijzenpot moeten vormen. Maar men vond dat die prijzenpot alleen bestemd is voor Europese rijders. Dus je nodigt wel niet-Europeanen uit, maar sluit ze uit van de prijzenpot. En dus kwam Nieuw-Zeelander Kalon Dobbin toch maar niet opdraven tijdens de Skate-Off. Daarmee ondermijnt de CEC het hele idee van deze cup, namelijk wereldtoppers voorzien van concurrentie. Dat Bart Swings met een minuut voorsprong in Emmeloord kan winnen, dat wisten we al een paar jaar. Maar kan hij ook van Amerikaan Joey Mantia, Kalon Dobbin en de Koreanen winnen? Dat zullen we nooit weten.

Ambitie

Het bewijs dat ze het ingefluisterde idee van de Europa Cup nooit echt hebben begrepen is daarmee geleverd. Het enige motief is die paar knaken geweest, voor de rest kunnen ze nog geen uitslagen of rangen en standen publiceren op het wereldwijde web. Zouden ze eens de ambitie hebben van Scott Arlidge en Felix Rhijnen, dan werd het wellicht eens iets. Zij reden op zondagochtend in Frankfurt een wedstrijd om de German Inline Cup, vervolgens met 180 door de trajectcontrole bij Arnhem om ’s avonds te kunnen starten in Heerde.

En dat is eigenlijk het verhaal van de skatesport. Die is zo verrekte mooi, dat de atleten er alles voor doen en laten, ook al levert het ze niks op. Clubs en enthousiastelingen organiseren fantastische evenementen voor ze, maar dan komen de sportbonden. Die plannen het liefst 10 wedstrijden in één weekend, al was het maar om er zeker van te zijn dat er nergens meer dan 30 aan de start staan.

Geschreven doorgeertplender

20 mei 2011 op 15:29

Geplaatst in Column

Leven als een bloem

laat een bericht achter »

Voor: www.geloofshelden.nl

Het is maandag 9 mei als ik thuiskom aan het einde van de middag, en eerst mijn pas geboren zoontje in de ogen kijk. Wat een machtig mooie kerel, kwetsbaar, zuiver en onschuldig.

Vervolgens hoor ik van het overlijden van wielrenner Wouter Weylandt. Op slag dood na een valpartij in de Giro d’Italia.

Het schokte de wielerwereld en het schokte ook mij. We zijn geen robots, geen machines. We kunnen zomaar het loodje leggen op een moment dat we op ons sterkst denken te zijn. In topvorm, met een getraind lichaam. Middenin het sportieve slagveld.

Het is niet voor het eerst deze dagen dat ik zo geconfronteerd wordt met leven en dood. Boas, mijn zoontje, werd geboren op 1 april. Hij was precies 10 dagen oud, toen hij voor het eerst een begrafenis meemaakte. We liepen als kersvers gezinnetje naar voren in de kerk, en zagen daar het levenloze lichaam van een oude vrouw in een kist. Het was de oma van mijn vrouw Sigrid. Oma was klaar om te sterven, eigenlijk al heel lang. Het lichaam opgeleefd, haar hart gericht op God.

Toen ik met Boas in mijn armen in de kist keek, kon ik mijn emoties amper de baas, ondanks dat ik de vrouw amper kende. Het was een heel bijzonder moment, alle mensen in de kerk leken hun adem in te houden. Het leek voor iedereen een ultieme confrontatie met de vluchtigheid van het leven. Zij is er niet meer, ze is naar de eeuwigheid. Het oude leven is voorbij en er is nieuw leven voor in de plaats. En dat nieuwe leven lag in mijn armen. Het moment had iets bruuts.

Een nog veel brutere confrontatie met de vluchtigheid van het leven was de gruwelijke dood van Wouter Weylandt. Een gozer in de kracht van zijn leven, net zo oud als ik. Hij zou bijna vader worden. Eén valpartij op een fiets was er maar voor nodig en boem… dat was het leven. Ik ging ’s avonds een uur hardlopen en ik heb een uur lang aan Wouter moeten denken. Dat was het dan wat hem betreft op deze aardbol. De eeuwigheid is gekomen. Ik heb gebeden en gehoopt dat hij bij de Heer mag zijn.

Een uur lang dacht ik aan Wouter, aan zijn vrouw en familie. Aan de dromen die hij nog had. Zijn vurige wens om koersen te winnen waarschijnlijk. Ik dacht aan mezelf, aan mijn eigen dromen. Ik dacht eraan, hoe weinig ik eigenlijk maar stilsta bij de dood. Ik realiseerde me hoe irrelevant het is om ambities na te jagen in het leven dat ieder moment voorbij kan zijn. Ik realiseerde me, dat de eeuwigheid wel erg definitief is en het leven slechts kort.

Sommigen schelden op de organisatie van de Giro; de parcoursen zouden te gevaarlijk zijn. Misschien hebben ze wel gelijk, maar het heeft geen zin. De vinger ging bij mij op de zere plek. Op mijn kwetsbaarheid en machteloosheid. Uiteindelijk, zo bedacht ik me, is het hele idee van het leven dat er dood komt, als poort naar de eeuwigheid. Vroeg of laat. Ik weet het, als christen helemaal. Toch had ik de confrontatie met de dood weer nodig om mijn prioriteiten te resetten. Hoe erg dat ook klinkt.

Ik dacht aan Psalm 103. De confrontatie: “Het leven van de mens is maar kort; net als een bloem bloeit hij even, maar als de wind erover blaast, is er niets meer over.” En de hoop! “Maar de goedheid en trouw van God zijn voor eeuwig.”

Geschreven doorgeertplender

20 mei 2011 op 15:26

Geplaatst in Column

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.